artikelHoe kunt u vetverteerbaarheid verbeteren?

Nobacithin 50 heeft een hogere vetverteerbaarheid dan sojaolie, zo blijkt uit recent onderzoek van Noba Vital Lipids. Nobacithin 50 is een vetmengsel met een hoog aandeel lecithine, dat een grote bijdrage levert aan het emulgeren van de andere vetten in het voer. Dit resulteert uiteindelijk in een betere vetvertering van het totale vet in het voer.

Nobacithin 50 heeft een hogere vetverteerbaarheid dan sojaolie, zo blijkt uit recent onderzoek van Noba Vital Lipids. Nobacithin 50 is een vetmengsel met een hoog aandeel lecithine, dat een grote bijdrage levert aan het emulgeren van de andere vetten in het voer. Dit resulteert uiteindelijk in een betere vetvertering van het totale vet in het voer.

Lecithine
Lecithine is een vetachtig product, dat afkomstig kan zijn van soja-, raap- of zonnebloemolie. Nadat de olie ontslijmd (degummed) is, wordt lecithine uit de zogenoemde gum gehaald en daarna geschoond. Lecithine is een complexe combinatie van minimaal 60% fosfolipiden; de andere bestanddelen zijn triglyceriden, fosfatidinezuur, choline, tocopherolen, etc. Lecithine heeft een positief effect op vele metabolische processen, omdat fosfolipiden een belangrijke rol spelen hierbij. Het belangrijkste effect van lecithine is dat het werkt als emulgator. Dit betekent dat lecithine het mogelijk maakt om water en olie te mengen. Lecithine verbetert de vetsplitsing, vetabsorptie en hierdoor ook de vetvertering. Dit zorgt ervoor dat er meer energie beschikbaar is voor de dieren, wat resulteert in een betere technische prestatie van de dieren.

Verteerbaarheid
De verteerbaarheid van olie of vet wordt door verschillende factoren beïnvloed. Eén van deze factoren is de verhouding tussen de hoeveelheid onverzadigd (unsaturated, U) en verzadigd (saturated, S). Algemeen geldt dat hoe hoger de U/S ratio, hoe beter de verteerbaarheid van het vet. Tabel 1 laat de U/S ratio’s van verschillende vetten zien.


Tabel 1 U/S ratio van verschillende oliën en vetten

Het is belangrijk om de U/S ratio van de voersamenstelling in ogenschouw te nemen, en dus niet alleen van de afzonderlijke vetbronnen, omdat er altijd een interactie is tussen de vetbronnen onderling. Deze interactie beïnvloedt de totale vetverteerbaarheid in het voer. Als een olie of vet met een hoge U/S ratio, zoals sojaolie of Nobacithin, toegevoegd wordt aan mengvoer met palmolie of dierlijk vet (met een lage U/S ratio), dan zal de U/S ratio in het voer toenemen en hierdoor verbetert de verteerbaarheid van palmolie of dierlijk vet. Als mengvoer een zeer hoog aandeel toegevoegd vet heeft, dan wordt hierdoor de verteerbaarheid van het vet negatief beïnvloed. De lengte van de vetzuren beïnvloedt ook de verteerbaarheid; middellang ketenige vetzuren met een ketenlengte van 8-12 koolstofatomen hebben een hogere verteerbaarheid dan langketenige vetzuren met een ketenlengte van 14 koolstofatomen of meer. Andere factoren die de verteerbaarheid beïnvloeden zijn onder andere; diersoort, leeftijd en darmgezondheid.

Verteringsproef
Nobacithin 50 is een vetproduct gebaseerd op sojalecithine en vetzuren. Nobacithin heeft een hoge U/S ratio van 4.6 en is dan ook zeer goed verteerbaar. Maar wat betekent dat ‘zeer goed verteerbaar’? Om de verteerbaarheid van Nobacithin goed te begrijpen heeft Noba Vital Lipids een verteringsproef uitgevoerd in samenwerking met Schothorst Feed Research. Doel van deze proef was om de werkelijke verteringscoëfficiënt van verschillende vetten, namelijk sojaolie, sojalecithine, Nobacithin en palmvetzurendestillaat (PFAD), vast te stellen. De proef is uitgevoerd bij biggen, met een lichaamsgewicht van 25 kg bij aanvang van de proef. Naast de werkelijke verteerbaarheid is ook het emulgeereffect (emulsifying effect) vastgesteld.

Resultaten – 7% betere verteerbaarheid
De resultaten van deze proef laten zien dat de verteerbaarheid van Nobacithin 7% hoger is dan sojaolie. Figuur 1 laat de relatieve verteerbaarheid van de verschillende vet producten zien vergeleken met sojaolie (sojaolie is op 100% gezet).


Figuur 2 Relatieve verteerbaarheid van sojaolie, PFAD, sojalecithine en Nobacithin 50

Om het emulgeereffect of ‘emulsifying effect’ vast te stellen werden twee groepen in deze proef met elkaar vergeleken, namelijk groep X met sojaolie, raapolie en PFAD en groep Y met Nobacithin en PFAD. Deze laatste groep met Nobacithin en PFAD liet een betere verteerbaarheid zien van 0,75%, vergeleken met de groep met sojaolie, raapolie en PFAD.

Conclusie
De resultaten voor Nobacithin 50 in deze proef – een betere verteerbaarheid dan sojaolie en een duidelijk aangetoond ‘emulsifying effect ‘ – bevestigen dat Nobacithin een goede vetbron is voor jonge dieren en een goede vervanger van sojaolie is.

Meer informatie
Voor meer informatie over deze verteringsproef kunt u contact opnemen met Catharina Nieuwenhuizen, catharina.nieuwenhuizen@noba.nl.

Specialist

Catharina Nieuwenhuizen

Nutrition & Technical Support Manager

Catharina’s expertise ligt op het gebied van oliën, vetten en vetzuren, en hoe je deze het beste kan inzetten per diersoort om dierprestaties te vergroten. Binnen Noba is zij verantwoordelijk voor nutritioneel support in zeven verschillende landen, maar ook voor product- en marketing management. De interesse in diervoeding zit in haar bloed: ze groeide op in een boerenbedrijf en werkte jarenlang voor een mengvoerbedrijf. Dit, in combinatie met haar studie aan Wageningen Universiteit, maakt dat ze praktijkervaring gemakkelijk combineert met wetenschappelijke kennis.

Voor advies en/of vragen, neem contact op met Catharina Nieuwenhuizen via +31(0)20-2192995 catharina.nieuwenhuizen@noba.nl

juli 12, 2017

Lecithin as a rich energy source with nutritional performance [English]

Lecithin may be produced from egg yolk, but more commonly used in aquafeed are soya and rape seed lecithin. It is well known that the phospholipids (PL) present in lecithin act as an emulsifier of lipids in the animal stomach and gut, but especially the nutritional benefits of lecithin is why fish nutritionists like to include it in fish and shrimp diets. Lecithin is widely used in feed for larval and juvenile stages of various species of fish and crustaceans, because those developing fish have a limited ability to the novo phospholipid synthesis.

Lees meer

Effect van middellang ketenige vetzuren op voederconversie en bacterie profielen in de dunne darm van vleeskuikens

Veel mensen spreken over middellang ketenige vetzuren (MKVZ of in het Engels MCFAs, medium chain fatty acids) of MCT-olie. MCFAs hebben een ketenlengte van 6, 8, 10 of 12 C-atomen. Dit betekent dat we spreken van C6-vetzuren, C8-vetzuren, C10-vetzuren of C12-vetzuren. MCFAs zijn niet aan glycerine gebonden, deze zijn dus in een vrije vorm als zijnde vrije vetzuren (free fatty acids, FFA). MCT betekent medium chain triglyceride, dit is een olie, en wordt daarom ook wel MCT-olie genoemd, een voorbeeld hiervan is palmpitol

Lees meer